Menu
Inspiratie / Reisverhalen

Bretagne, land van bio-boeren, boter en Belle Île

C’est joli la Bretagne, et puis c’est pas loin de la France

Bretagne is erg mooi, en het is niet ver van Frankrijk

Citaat van Coluche en slaat de spijker op zijn kop over de bretonnen

Dit gedeelte van Bretagne ligt vanuit Nederland op ongeveer 10 uur rijden met de auto. Het is daarom geschikt voor een vakantie van een week of langer, of voor een paar dagen als je op doorreis bent met bijvoorbeeld een camper of op fietsvakantie. Bretagne is een bijzonder gedeelte van Frankrijk, vraag je een echte Breton waar hij vandaan komt zegt hij Bretagne in plaats van Frankrijk. Het zijn trotse mensen, met beide benen op de grond en vaak met hun voeten in de klei. Lijken ze op het eerste oog wat stug, wacht dan tot er een karaf met een zelfgemaakt drankje op tafel komt. Ze weten hier wel hoe je een feestje viert!

Op de bio-boerderij

Bretagne begint voor ons altijd op de boerderij van de familie. De neef en nicht van mijn vriend ‘boeren’ hier helemaal biologisch. Neef Sébastien heeft samen met zijn vriendin koeien voor melk en nichtje Natacha verbouwt samen met haar vriend groente op de boerderij én er is een boerderijwinkel waar je die heerlijke biologisch groente kunt kopen. Tante Jacqueline verhuurt een aantal gites (vakantiewoningen) op de boerderij, je kunt er kalfjes aaien, er is een speeltuin en op de fiets ben je binnen een kwartier op het strand. Ze spreken hier op de boerderij uiteraard ook Nederlands, dus mocht je dat Frans maar lastig vinden is dit een perfecte plek om je Bretonse avontuur te beginnen.

Pêche-a-Pied aan de Côte d’Or

Het strand is in deze regio prachtig, het wordt ook wel de Côte d’Or (goudkust) genoemd. Op het strand kun je natuurlijk aan je tan werken, een ijsje eten of een wandeling maken, maar er is nog iets dat deze kust heel aantrekkelijk maakt; de vele soorten schaal- en schelpdieren die hier groeien. Oesters, mosselen, palourdes, krabben, langoustines, kreeften, bigorneaux, scheermessen en nog veel meer. Er zijn hier veel baaien waar kwekerijen zitten, maar alles wat daar buiten groeit en groot genoeg is mag je opeten! Wacht tot het grande marée is, die dag is het verschil tussen eb en vloed het grootst, bij eb komt dan het hele strand droog te liggen. Dit is de ideale dag om een mandje lekkers bij elkaar te scharrelen, de Bretonnen noemen dit ‘Pêche-a-Pied’, dat betekend ‘vissen te voet’. Gewapend met een cali-pêche (een kaartje dat je bij je moet hebben als je gaat scharrelen waar op staat hoe groot hetgeen je raapt minstens moet zijn, zo blijven te jonge dieren in de zee en daarmee het peil op stand), een mandje, harkje en oestermes kun je aan de slag! Hoe lekker is het om ‘s avonds een goed gevuld bord met je zelf geraapte mosselen te eten?!

Zondigen bij La Chapelle

Als je meer wil leren over hoe je het beste kunt Pêche-a-Pied-en ga je naar Brigitte, zij heeft een winkel genaamd La Chapelle in de haven van het dorpje Trehiguier waar je de lekkerste verse schaal- en schelpdieren kunt kopen. Op het mini-terras kun je vast een plateau met fruits de mer met een goed glas wijn bestellen, voor het geval je niet meer tot ‘thuis’ kunt wachten. Haar broers vissen op zee en ze krijgt dagelijks verse aanvoer van mosselen, kreeften en nog veel meer. Ze geeft regelmatig bij grande marée uitleg op het strand over hoe Pêche-a-Pied werkt en hoe je verantwoord met de natuur omgaat. En ze geeft de beste tips over hoe je schaal- en schelpdieren zo puur en lekker mogelijk kunt bereiden. Haar recept voor kreeft is een van de beste die ik ooit gegeten heb.

Dorpjes bezoeken in LaLaLand; La Gacilly en La Baule

Er zijn veel leuke plekken in de buurt om een tourtje naar toe te maken, bijvoorbeeld La Gacilly. Dit idyllische dorpje is de geboorteplaats van Yves Rocher. Er is een prachtige botanische tuin, mooie oude straatjes om rond te slenteren, ieder jaar een groot en vrij toegankelijk fotofestival en je kunt er een bootje huren om lekker een paar uur op het kanaal te varen. Vergeet je picknickmand niet mee aan boord te nemen! Iets verder naar het zuiden vind je het mondaine La Baule, lijkt wel een beetje op Knokke met haar luxe winkelstraat die uitkomt op een brede boulevard aan het strand. Absolute aanrader is eten bij Le Billot, een klein restaurant gerund door een echtpaar, met alleen maar dagverse producten en authentieke streekgerechten. Wel even reserveren, er zijn niet veel tafels en het zit hier altijd vol. Onderweg naar La Baule kom je door Guérande, een middeleeuws stadje met een super goede overdekte versmarkt die iedere ochtend geopend is. Er zijn hier ook veel leuke winkeltjes en kleine cafés en koffietentjes. Guérande is bekend om de winning van zout. Sel de Guérande is zelfs wereldberoemd. Je kunt hier tussen de zoutbassins door rijden of fietsen en kijken hoe dat gedaan wordt. Er zit ook een zoutmuseum van waaruit een paar keer per dag excursies en rondleidingen gegeven worden. Langs de weg zie je verschillende kraampjes waar dit zout verkocht wordt, zeker de moeite waard want je betaald hier voor 5 kilo ongeveer hetzelfde als in Nederland in de supermarkt voor 200 gram. Ik gebruik dit zout ook altijd om ingelegde citroenen te maken, waar echt iedere salade, visgerecht of stoofschotel lekkerder van wordt. Mocht je zin hebben om een keer een wat grotere stad te bezoeken, zijn Vannes en Saint Nazaire leuke plekken. In Saint Nazaire vind je zelfs nog een oude onderzeeboot-haven uit de tweede wereldoorlog en dit is ook de stad waar bijna alle grote cruiseschepen gebouwd worden. In de haven ligt bijna altijd wel een gigantisch cruiseschip in aanbouw.

Belle Île-en-Mer, het mooiste eiland in de zee

Een andere leuke haven in de buurt is die van La Turballe. Hier is een grote conserverie van La Belle-Iloise waar ze al sinds 1932 op ambachtelijke wijze allerlei soorten vis conserveren. Mijn lievelings is tonijnstukken ‘Zanzibar’ met kruiden en pruimen. De vis zit in leuke felgekleurde blikjes en ze hebben de meest uiteenlopende soorten en smaken. Ik krijg altijd nogal last van keuzestress in de winkel tegenover de conserverie; het ziet er allemaal zo lekker en vrolijk uit! Maar het allerleukste aan de haven van La Turballe is dat hier iedere dag een veerboot naar Belle Île-en-Mer gaat. Het betekend letterlijk ‘mooi eiland in de zee’ en het doet haar naam zeker eer aan! In het hoogseizoen gaat de veerboot iedere ochtend al vroeg naar het eiland en komt in de avond weer terug. Je kunt vanuit hier dus prima voor een dag op en neer, maar langer blijven kan natuurlijk ook. De boot vanuit La Turballe is alleen geschikt voor voetgangers maar vanuit bijvoorbeeld Quiberon gaat een paar keer per dag een hele grote veerboot waar je ook met de auto op kunt. Het bijzondere aan Belle Île is dat het een sub-tropisch klimaat heeft, denk aan palmbomen, heldere zee en witte stranden! De bevolking is een heerlijke mix van hippies en zeelui en de sfeer is er heel vrij. Mijn vriend en ik proberen ieder jaar een weekendbreak op Belle Île te doen, een soort van ‘op vakantie op vakantie’ krijg je dan. We huren er ter plekke een dag een fiets of oldtimer, het liefst een Citroën Méhari, maar het mooiste is toch wel om er te wandelen. Langs de hele kustlijn loopt een heel goed aangegeven wandelpad, waarop je rond het hele eiland kunt lopen. Zorg wel voor goede wandelschoenen, voldoende eten en drinken en een beetje conditie, het is een smal wandelpad met heel veel hoogteverschil. Soms loop je er uren zonder iets of iemand tegen te komen met om iedere hoek een nog mooiere verlaten baai of uitzicht. We beginnen er de dag altijd met een croissant van de bakker (ik heb nog nooit ergens een lekkerdere croissant gegeten dan deze!) met een kop koffie op een terras. Vinden ze daar prima als je een croissantje van de bakker op hun terras eet zo lang je maar iets te drinken bestelt. ‘s Avonds eten we er bij één van de bistro’s waar ze vooral producten van het eiland serveren, zoals lam of Bigorneaux, dat zijn een soort zeeslakken. Ik vind het er zo fantastisch dat ik een aparte blog schreef voor een weekendbreak op Belle Île, die vind je hier.

Al het goede komt van gezouten boter

Bretagne staat ook bekend om het maken van boter. Gezouten boter om precies te zijn. Meestal wordt er dan zout uit Guérande gebruikt. Vaak op ambachtelijke wijze met twee houten spatels kneden ze een pondje boter in vorm. Voor het maken van boter kom je er soms ook een speciaal ras koeien tegen, genaamd Froment de Léon, hun melk zorgt voor oranje gekleurde boter. Heel veel van de lokale specialiteiten zijn op basis van gezouten boter, zoals Caramel au beurre salée (karamel met gezouten boter), Kouing Amann (een soort boterkoek met gezouten boter) en Galettes en Palettes (typische zandkoekjes op basis van gezouten boter).

En tot slot: Galette Complèt op een brocante

Er wordt altijd wel ergens in de buurt een ‘brocante’ georganiseerd, een rommelmarkt waar je de prachtigste serviezen en oude keukentools tegenkomt. Meestal staat er wel een bord aan het begin van een dorpje wanneer er weer een brocante gehouden wordt. Sluit er een middagje snuffelen af met een galette met een bolé doux. Een galette is de lokale en hartige tegenhanger van een crêpe en wordt gemaakt van boekweitmeel. De Galette Complèt is belegd met ham, een ei en een beetje kaas en de randjes worden naar binnen gevouwen. Echt lekker met een bolé doux, dat ‘kommetje zoet’ betekend. Je krijgt dan een kopje met zoete appelcider, dus voor eventuele minderjarigen in je gezelschap even een ander drankje bestellen!

Wil je zelf op culinaire ontdekkingstocht in Bretagne? We maken graag een mooi reisvoorstel voor je! Natuurlijk met een boekje met alle adressen en tips om mee te nemen en als je wil kunnen we ook al restaurants en excursies voor je vastleggen. Een vrijblijvende aanvraag doe je hier. We kijken er naar uit om onze liefde voor Bretagne met jou te delen!

3 Comments

  • […] kreeften en andere schaal- en schepdieren in haar winkel ‘La Chapelle’ in Trehiguier, Bretagne. Die kreeft zit dan dus levend in een plastic tasje dat aan mijn stuur hangt te bungelen. Hoe […]

    Reply
  • […] Sardines in blik zijn al meer dan 200 jaar een begrip in Frankrijk. Wat begon als noodzaak is uitgegroeid tot een wereldberoemde delicatesse. Een noodzaak voor Napoleon die een uitvinding zocht om zijn soldaten makkelijker van eten te kunnen voorzien tijdens één van zijn vele veldslagen. Napoleon loofde een beloning uit voor wie een techniek bedacht om voedsel langer te kunnen bewaren. Nicolas François Appert, een Franse suikerbakker, experimenteerde jarenlang en won de prijs in 1809. Door voedsel te conserveren in luchtdichte glazen flessen kon het veel langer bewaard blijven. Maar het bleek niet de ideale uitvinding. De glazen flessen waren zwaar en breekbaar. En naar vis riekend oorlog voeren, daar werd niemand blij van. Zijn landgenoot Pierre Durant had hier een oplossing voor. Hij bedacht in 1810 het eerste fles deodorant. GRAPJE. Hij bedacht het conservenblik. Dit blik was de geboorte van een nieuwe industrie. De houdbaarheidsdatum van eten en voornamelijk vis kon hiermee met ruim 20 jaar worden verlengd. De populariteit voor het eten van sardines steeg hiermee enorm in Frankrijk en het was het begin van een nieuwe traditie. Wij van Tour Culinair zijn erg fan van de sardines van La belle-iloise uit Bretagne, ze verkopen heel veel lekkere smaken in vrolijk gekleurde blikjes, we schreven er al eens over in onze blog over Bretagne! […]

    Reply

Leave a Reply