Menu
Inspiratie / Reisverhalen

Mijn eerste culinaire reis naar de Champagne

Een uitgebreide wijn-spijs lunch én diner, vijf heerlijke dagen lang. My Brain got washed in Champagne!

Ik had echt geen idee wat me te wachten stond. Ok, ik had heus in de gaten dat ik op uitnodiging van Moët Hennessy op zondagavond in Hotel Jean Moët te Épernay, de hoofdstad van de Champagne, verwacht werd. Voor een 5-daagse training. En in het half jaar dat ik reeds voor dit bedrijf werkte had ik ook heus in de gaten dat mijn klanten nét iets anders waren dan de lokale snackbar. En dat de producten die ik aan de man en vrouw bracht vooral te associeren zijn met luxe, verfijning, glitter, glamour en grandeur. Dus dat ik een bijzonder speciale en waarschijnlijk once-in-a-lifetime week tegemoet ging; zoveel was me duidelijk. Maar dit? Het overtrof echt iedere verwachting. Je zou het een brainwash kunnen noemen, en geloof me, je brein laten wassen in champagne is echt helemaal het einde. Ik neem je mee!

Op zondagavond gearriveerd in hotel Jean Moët, mijn twee Nederlandse collega’s waren er al, nog wat gedronken in de bar en op tijd gaan slapen want op maandag werden we om 8.30 uur opgehaald in de lobby. Stevig ontbeten want je weet maar nooit of je nog wat krijgt vandaag. Verkleed als mezelf in t-shirt en jeans nog even opdracht gekregen van mijn manager om misschien toch nog vlug Tenue de Ville aan te trekken dus daar stond ik. Strak in pak een beetje om me heen te koekeloeren om met nog wat andere mensen een busje in gedirigeerd te worden door een mevrouw met strak knotje en zwaar Frans accent. Bleken die andere mensen die in de lobby stonden en die ik ongegeneerd had staan bekoekeloeren onze collega’s uit andere landen te zijn; twee dames uit Australië, vier Zwitsers, een Oostenrijkse, een Amerikaan, twee Hollanders en Marjolein uit Eindhoven. Trainingsgroep compleet. We gaan beginnen.

Dag 1: Moët&Chandon the champagne of succes and glamour since 1743

Moët & Chandon Vintage 1973, Vintage 1983 op magnum, Vintage 1993 en Vintage 2004

Na nog geen 5 minuten stopte het busje. Het Maison (vanaf nu heet een champagnehuis ‘Maison’, niet meer vergeten) was letterlijk om de hoek. Op rechts een groot statig gebouw met in grote letters * Maison Moët & Chandon Fondée en 1743 * en een beeld van Dom Pérignon. Op links twee hele mooie oude gebouwen gespiegeld tegenover elkaar met daarachter een lange vijver en grote oranjerie. Die twee hele mooie oude gebouwen die gespiegeld tegenover elkaar staan noemen ze Le Trianon. Met mijn groepje werden we één van de twee ingebonjourd door knotje, binnen bevonden zich vooral kantoren en trainingsruimtes. Tijd voor de eerste training dus. Beginnen bij het begin, dus champagne algemeen; wat is het, hoe wordt het gemaakt, wat maakt het zo bijzonder, Grand Cru, Premier Cru, AOC, Chardonnay, enzovoorts. Om dorst van te krijgen! Dat vond de trainer gelukkig ook, dus tijd om te lunchen. Even oversteken naar de andere helft van Le Trianon. En wat ik daar zag was adembenemend mooi! Het leek wel het hof van Versailles! Grote goud met kristallen kroonluchters, een blinkend geboende mahoniehouten vloer, prachtige bloemstukken, 6(!) butlers op een rijtje met hun gezicht in de plooi en een reusachtige ovalen tafel die prachtig was gedekt. Kraakwit linnen, echt zilveren bestek, het mooiste porselein, naamkaartjes, menukaartjes en vier nog lege champagneflutes per persoon. Het was zo veel en zo mooi dat ik de toren van flutes nog helemaal niet had gezien tot één van die butlers met een Jéroboam (3 literfles, had ik net geleerd) binnen kwam lopen, de kurk er met een zucht vanaf draaide, op een ladder klom en vanuit de bovenste flute die toren helemaal vol met champagne schonk. Butler 2 en 3 reikten ons ieder een glas aan en butler 4 en 5 gingen met een schaal met apéritiefhapjes rond. Ik moet er ontzettend komisch uit hebben gezien met ogen zo groot als schoteltjes van verbazing. Butler 6 bleek de opperbutler te zijn, communicatie verliep via knikjes, hij knikte eens naar de trainer, die knikte terug, 6 knikte vervolgens naar 1, 2, 3, 4 en 5 die ieder achter een stoel gingen staan. De trainer nodigde ons uit aan tafel en 1, 2, 3, 4 of 5 schoof je stoel voor je naar achteren en vervolgens onder je derrière. Een viergangen lunch volgde, met bij iedere gang een andere champagne; Moët Impérial Brut, Reservé Impérial, Rosé Impérial en tot slot de zoete Nectar Impérial bij het dessert. Echt niet normaal. Dit was pas de lunch!

Bij Moët&Chandon wordt het woord ‘Impérial’ bij iedere soort champagne die ze maken gebruikt. Dat is een ode Napoleon Bonaparte. Jéan Rémy Moët, één van de founding fathers van het merk dat later uit zou groeien tot het grootste en meest bekende ter wereld, was goed bevriend met hem. Napoléon had zelfs een eigen kamer in Le Trianon en in de kelders staat een groot eikenhouten vat dat ooit vol Port heeft gezeten en een geschenk van Napoléon aan Jéan Rémy was.


Na de lunch een korte mededeling van de trainer; aan het einde van iedere dag moest je ook een klein examen afleggen. Juist. Lekkere timing na al die champagne! ‘s Middags stonden een rondleiding door de kelders en de wijngaarden op de planning. Onder het Maison Moët ligt een gangenstelsel van 27 kilometer verdeeld over 3 verdiepingen. Dit zijn de wijnkelders waar zij hun champagne in bewaren en laten rijpen. Het is er het hele jaar door ongeveer 11 graden en de luchtvochtigheid is boven de 80%. De ideale condities om champagne haar Magic te laten doen en om weer lekker wakker te worden na een viergangen lunch met uitgebreid champagne. Daarna door naar Montaigue, een heuvel in de buurt van het Grand Cru dorp Avize. Daar zijn veel eigen wijngaarden van Moët en bovenop de heuvel staat een klein huisje met een bord met wat uitleg over wat je om je heen ziet. Het uitzicht is zo mooi! En met alles wat ik geleerd had die ochtend was het zo speciaal om op de plek te zijn waar het allemaal begint met een tros druiven. Vanaf die heuvel kun je ook een heel mooi kasteel zien liggen. Dat is Château de Saran. Het is het oude buitenhuis van de familie Moët en doet tegenwoordig dienst als onderkomen voor hooggeëerde gasten. Oh en trouwens, daar gaan we jullie nu naartoe brengen om te dineren en overnachten, jullie examen is morgen na de training over Dom Pérignon. Dus… Ik dacht dat het een grap was. Maar het was geen grap. We gingen daar echt naartoe!

Gelukkig had ik voor het geval dat een mooie jurk ingepakt, dit leek me een geschikt geval dus aangekomen op mijn kamer viel mijn mond open van verbazing. Een gigantische badkamer met een marmeren bad met gouden kraan, niet van die lullige zeepjes maar full-size badschuim, bodylotion en parfum van Dior, bloemetjesbehang, een open haard, enorm bed en uitzicht over de wijngaarden. We werden pas over een uur op het bordes verwacht voor het apéritief dus het enorme bad gevuld met heerlijk warm water en veel te veel heerlijk geurend badschuim en als een echte prinses me gesoigneerd voor het apéro. Aangekomen op het bordes zag ik een prachtig uitzicht over de wijngaarden, gigantische bloemstukken, perfect gemaaid gras, echt alles straalt hier weelde en perfectie uit. Ik kreeg een glas champagne aangereikt, er werd weer rondgegaan met de lekkerste hapjes en terwijl iedereen zich verzamelde werden we naar de eetzaal geleid. Weer veel geknik van trainers en butlers en geschuif met stoelen tot iedereen aan tafel zat voor het diner. We maakten ons op voor weer vier gangen, deze keer met bijzondere Vintages.

Een vintage (millesimé in het Frans) champagne wordt gemaakt met druiven die geoogst worden in één jaar. Op zo’n 95% van alle champagneflessen staat geen jaartal en dan bestaat de inhoud van de fles uit een blend van de oogst van meerdere (meestal 3) jaren. In zeer bijzondere jaren waarbij de oogst voldoende en uitzonderlijk is wordt een gedeelte gebotteld als vintage en mag het jaartal op de fles vermeld worden.

We dronken onder andere de vintage van 1983 op magnum. Daar zijn slechts 250 stuks van gemaakt ter ere van het 250-jarig bestaan van het Maison Moët&Chandon. Nu denk je waarschijnlijk: ‘van 1743 tot 1983, dat is toch maar 240 jaar?’. Dat klopt als een bus. Een champagne zonder jaartal moet bij wet ten minste 15 maanden op het gist rijpen (‘sur lie’ in het Frans) en een vintage ten minste 36 maanden. Bij Moët laten ze de vintages vaak minstens 7 jaar sur lie rijpen in de plaats van de wettelijke 36 maanden. De oogst van 1983 werd subliem bevonden en is in het voorjaar van 1984 als vintage gebotteld en heeft ruim 8 jaar op haar gist gerijpt tot medio 1992. Toen is de champagne klaargemaakt voor consumptie en weggelegd voor de festiviteiten omtrent het 250-jarig bestaan in 1993. We aten er ‘verboden rijst’ (rijst die zwart wordt gekleurd met inktvisinkt) en gelakte aubergine bij. Klinkt vrij simpel, was echt fantastisch. Het bleef nog lang onrustig, we dronken nog Hennessy X.O. toen de champagne op was en met het gevoel van een echte prinses te zijn viel ik slaap in mijn kasteel.

Dag 2: Dom Pérignon is altijd een vintage, gemaakt van alleen maar de beste druiven in de beste jaren

Dom Pérignon Blanc 2004, Blanc 2003, P2 Oenotheque 1996 en Rosé 2002

Klop, klop. Wat is dit? Klop, klop, KLOP! Uh, er staat iemand aan mijn deur, oui! Er komt een butler binnen. Met een groot zilveren dienblad. Hij zet dit op het bureautje voor het raam en maakt het gordijn half open. ‘Bonjour madame, your petit dejeuner is served. You will be picked up in one auwheurrr. Bonne journée’. Ik ben even gedesoriënteerd, weet niet meteen waar ik ben en voel een licht kloppend gevoel in mijn hoofd. Dan weet ik het weer; ik ben een prinses in de Champagne! Geen idee hoe laat het is, maar ik ruik koffie dus ik hijs mezelf uit bed richting mijn bureau. Daar staat een groot dienblad met bloemetjesservies met een gouden randje met daarop een heerlijk ontbijt en koffie. Dit kán toch niet echt waar zijn? Maar het was zo! Met uitzicht over de wijngaarden werd ik langzaam wakker, genoot met volle teugen, dacht voor een moment dat ik hier wel aan kon wennen en maakte me klaar voor een nieuwe trainingsdag. Vandaag stond Dom Pérignon op het programma. Dit kon wel eens een leuke dag worden!

Dom Pierre Pérignon, een monnik, was vanaf 1668 gedurende 47 jaar de keldermeester van de abdij van Hautvillers. Hij was heel nauwkeurig en is de grondlegger geweest van de methode zoals champagne nu nog steeds gemaakt moet worden om het champagne te mogen noemen. In de abdij kom je alleen op uitnodiging, de kerk is vrij toegankelijk en iedere dag open tussen zonsopkomst en zonsondergang. De Dom ligt hier binnen begraven, naast zijn drinkebroeder Dom Thièrry Ruinart.

Buiten bij het busje stond de trainer van de vorige dag weer. Er begon me iets te dagen. Want ik had bij het Maison van Moët ook al het standbeeld van Dom Pérignon zien staan en daar in de kelder ook flessen zien liggen met dezelfde vorm als de flessen van Dom Pérignon. Die hebben namelijk een net iets andere vorm dan de flessen van Moët. Vanuit Château de Saran werden we naar de abdij van Hautvillers gebracht, dat is maar een kwartiertje rijden over de prachtige route touristique du Champagne door wijngaarden en kleine dorpjes. We bezochten eerst de kerk die bij de abdij hoort, er staat een grote boom voor de kerk waar volgens de verhalen de Dom ooit onder zat te proeven en toen zijn broeders riep: ‘Brothers come quickly, I’m drinking stars!’. Dit zou het moment geweest zijn waarop het hem gelukt was om bubbels om in zijn wijn te maken en dus de geboorte van champagne als mousserende wijn. Binnen in de kerk ligt Dom Pérignon begraven en ook de grafsteen van Dom Thièrry Ruinart is hier te vinden. Er zijn ook een bijzonder eeuwenoud orgel te vinden en heel veel toeristen met flitsende camera’s die ook niet weten dat het in een kerk de bedoeling is dat je een beetje rustig doet en zachtjes praat. Dus mocht je er ooit willen gaan kijken, wacht dan even tot de busjes weg zijn.

Na het bezoek aan de kerk mochten we door een hek met slot waar je alleen op uitnodiging door mag. Je komt in een grote tuin met aan je linker zijde de abdij en aan je rechter zijde een deur naar een grot. In die grot zit een nagemaakte champagnekelder, om bezoekers die alleen bij de abdij komen te kunnen laten zien hoe een champagnekelder er uit ziet. Ook is er een kleine wijngaard voor testdoeleinden met daarachter een spectaculair uitzicht op de Côte de Blancs (een heuvelrug ten zuiden van Épernay waar voornamelijk Chardonnay druiven staan aangeplant en ook bijna alle Chardonnay Grand Cru dorpen van de Champagne zich bevinden) én in de verte zie je Château de Saran liggen. Voor de training gingen we de abdij in, daar zijn nu ook voornamelijk trainingsruimtes, een ontvangstruimte, proefkamer en eetzaal in gehuisvest. Onderdeel van de training was ook training van je neus en het leren geuren te herkennen om zo beter te leren proeven en verschillende champagnes en de stijlen daarvan uit elkaar te houden. Met die ervaring begonnen we aan de lunch, waar bij het hoofdgerecht Dom Pérignon Oenotheque P2 1996 geschonken werd. Waanzin! Zo lekker, elegant, verfijnd, krachtig, uitgesproken en ingetogen tegelijk.

Oenotheque betekent eigenlijk ‘wijn- (Oeno-) bibliotheek (theque)’. Het is zeer zeldzaam dat een champagnehuis een ‘oenotheque’ champagne uitbrengt. Het is een vintage champagne, in dit geval 1996, waarvan een gedeelte ‘sur lie’ bewaard wordt om vele jaren na het uitbrengen van de vintage en deze een tweede opleving (2ième plenitude, ook wel ‘P2’) krijgt, op de markt te brengen. Bij Dom Pérignon wordt zelfs van zeer exceptionele vintages een P3 uitgebracht.

Aan het einde van de middag het eerste examen over Moët&Chandon en Dom Pérignon, vooral over de beleving die bij de merken hoort maar ook over smaken, samenstelling en positionering van de verschillende cuvées (soorten champagne), met vlag en wimpel gehaald. We gingen door naar Reims, waar we de rest van de week in Hotel de la Paix midden in het centrum van de grootste stad van de Champagne zouden verblijven. Want daar bevinden zich de huizen van Ruinart, Veuve Clicquot en Krug, waar ook nog veel over te leren was! Die avond aten we in een leuke bistrot in het centrum van Reims, je merkte aan de groep dat iedereen het fijn vond weer eens in t-shirt en jeans aan tafel te mogen en we hebben enorm veel gelachen. Vooral om de vergadering van wijnboeren aan de tafel naast ons die we geloof ik nogal verstoord hebben. Sorry not sorry!

Dag 3: Ruinart, het oudste nog bestaande champagnehuis

R. de Ruinart, Ruinart Blanc de Blancs, Dom Ruinart Blanc de Blancs 2002, Ruinart Rosé, Dom Ruinart Rosé 1998

Het Maison Ruinart is Fondée in 1723 en daarmee het oudste nog bestaande champagnehuis. Het ligt in Reims, aan de noordzijde van de stad bovenop de Montagne de Reims die bekend staat om de Pinot Noir die er domineert en omdat de meeste Pinot Noir Grand Cru’s van de champagne zich hier bevinden. De kelders van Ruinart zijn de mooiste die ik ooit heb gezien en al voordat dat de hele champagnestreek UNESCO werelderfgoed werd, waren de kelders van Ruinart dat al. De bodem van de Montagne de Reims bestaat uit kalksteen en honderden jaren geleden werden daar kalkgroeves uitgehakt om grote blokken kalk uit de bodem te halen om bijvoorbeeld de kathedraal van Reims en andere gebouwen mee te bouwen. Die kalkgroeves zien er eigenlijk uit als ondergrondse piramides die soms wel meer dan 35 meter diep zijn. Dit gebeurde met de hand en bij kaarslicht, onvoorstelbaar! Later zijn die groeves met een ondergronds gangenstelsel aan elkaar verbonden waardoor er een groot ondergronds netwerk ontstond van gangen en pleinen. Waar het altijd 11 graden is en de luchtvochtigheid boven de 80%, geen daglicht binnen komt door het dichte bos erboven en geen enkele trilling of beweging is. Dit bleek later de perfecte plek voor het laten rijpen en bewaren van wijn en in dit geval champagne.

Tijdens de eerste wereldoorlog leefde de bevolking van de champagnestreek ondergronds in de kelders die zich onder de steden bevinden. Ze waren hier relatief veilig. In sommige kelders vind je nog tekeningen die in de muur zijn gekrast of bijvoorbeeld een kruis op de plek die dienst deed als tijdelijke kerk. Ook is er een oud spoorbaantje gevonden dat vanuit het dichte bos de kelders in ging, om de bevolking van eten en drinken te kunnen voorzien.

We begonnen de dag met een rondleiding door deze kelders en het is echt indrukwekkend mooi. En heel anders dan de kelders die ik eerder bij Moët in Épernay had gezien en die vooral uit lage lange gangen bestaan. Je ziet hier duidelijk de vorm van de ondergrondse piramides en in het kalksteen zie je allemaal streepjes, waar zo lang geleden iemand met een bijtel kalksteen uit heeft zitten hakken. Het is er doodstil en er heerst een serene rust. Het ruikt er naar vochtige bosgrond en een beetje naar brood, dat komt door het gist in de champagne. Daarna leerden we over het Maison Ruinart en dat de Chardonnay druif centraal staat in alles wat zij maken. Dat is wel opmerkelijk gezien de ligging op de Montagne de Reims waar toch voor Pinot Noir staat. Dom Thièrry Ruinart bleek een belangrijke grondlegger, samen met zijn neefje die vooral in lakens handelde en daar als relatiegeschenk een fles van zijn eigengemaakte bubbeltjeswijn bij deed. Dom Ruinart studeerde samen met Dom Pérignon in Parijs, zij keerden samen terug naar de Champagne waar Pérignon keldermeester werd van de abdij van Hautvillers en Ruinart de wijn van zijn neefje ging perfectioneren. Ze bleven altijd bevriend en kennis uitwisselen en liggen nu gebroederlijk vlak naast elkaar begraven in de abdij van Hautvillers.

De lunch was weer fenomenaal. Ruinart kenmerkt zich door het grote aandeel Chardonnay als een zeer elegante en verfijnde champagne met smaken van brioche, bloemen en citrusfruit. Hier werden mooie subtiele gerechten bij geserveerd, maar ook een soesje met parmezaanse kaas. Er werd onder andere Dom Ruinart Blanc de Blancs 2002 geschonken. Dit is voor mij tot op heden de lekkerste champagne die ik ooit heb gedronken en een ervaring die ik nooit meer zal vergeten. De cuvée Dom Ruinart is de prestige-champagne van het huis Ruinart. Ze maken een Blanc en een Rosé, alleen in exceptionele jaren. Zo zou je Dom Pérignon als de prestige-champagne van Moët kunnen zien.

Blanc de Blancs betekent letterlijk ‘wit gemaakt van wit’ en staat voor champagne die gemaakt wordt van enkel witte druiven. In dit geval van enkel Chardonnay druiven. Je hebt ook nog Blanc de Noirs, dan wordt de champagne van enkel blauwe druiven gemaakt, meestal Pinot Noir. Die is dan wél wit van kleur, want als je druiven direct na de oogst perst heeft de schil nog geen kleur afgegeven en krijg je wit sap uit de blauwe druiven.

Na de lunch kregen we een masterclass proeven en blenden van niemand minder dan Amélie Châtin, Oenologe bij Ruinart. Op 95% van de champagnes staat geen jaartal, dat betekend dat het een blend is van meerdere jaargangen. Dit komt omdat de Champagne het meest noordelijk gelegen wijngebied van Frankrijk is en door het relatief koude klimaat de oogst ieder jaar onzeker en anders is. Om een bepaalde huisstijl te maken die ieder jaar exact hetzelfde smaakt ongeacht de oogst van dat jaar, zijn ze in de Champagne meester geworden in blenden. Om champagne te maken worden ieder jaar direct na de oogst per perceel de druiven geperst en daar wijn zonder bubbels van gemaakt. Zo heb je na iedere oogst een x-aantal wijnen gemaakt van Chardonnay, Pinot Noir of Meunier druiven, die allemaal net iets anders smaken. Die wijnen ga je blenden in de juiste samenstelling en door toevoeging van wijnen die je hebt bewaard uit voorgaande jaren kun je een goede blend maken die hetzelfde smaakt als die je het jaar daarvoor hebt gemaakt. En het jaar daarvoor. Enzovoorts. Tel daar nog bij op dat die blend vervolgens nog ten minste 15 maanden ‘sur lie’ met gist in de fles moet rijpen (in het geval van Ruinart zelfs 3 jaar) en dat het dan nog steeds hetzelfde smaakt als in voorgaande jaren. En dit blenden gebeurt niet met machines, maar door mensen. Door ruiken en proeven met een team van wijnmakers (Oenologen) met aan het hoofd de Chef de Caves. Bij grote huizen als Moët moeten ieder jaar meer dan 700 wijnen geproefd, beoordeeld en uiteindelijk geblend worden. Dit wordt gedaan door ongeveer 10 personen. Bij Ruinart zijn dat er minder, maar nog steeds meer dan 100 wijnen die worden geproefd en beoordeeld door 7 personen. En één van die 7 is Amélie, na haar masterclass kon ik niet anders dan head over heals verliefd worden op de champagnes van Le Plus Ancienne Maison de Champagne; Ruinart.

Dag 4: Veuve Clicquot, weduwe en de eerste echte zakenvrouw van haar tijd

Uiteindelijk in het glas van links naar rechts: Veuve Clicquot démi-sec, La Grande Dame 2004, Rosé en Yellow-Label

Op dag 4 was het tijd voor Veuve Clicquot Ponsardin. Het begon met het verhaal van de weduwe (‘Veuve’ in het Frans), hoe zij op jonge leeftijd haar man verloor en met alles wat ze in zich had zijn bedrijf voortzette: Champagne Clicquot werd Champagne Veuve Clicquot Ponsardin. In een tijd dat vrouwen nog geen stemrecht hadden en niet alleen naar buiten mochten, laat staan een bedrijf voeren. De eerste vier jaar na de dood van haar man was de oogst slecht en wilde haar champagnewijn maar niet goed lukken, tot er in 1811 een komeet voorbij de aarde vloog. Zij zag die als een vallende ster en wenste dat hij haar geluk zou brengen. En dat was zo. Waargebeurd verhaal of niet, ik was er niet bij, maar sindsdien is de komeet niet meer weg te denken uit het beeldmerk van Veuve Clicquot.

Als eerbetoon aan Veuve Clicquot als zakenvrouw wordt ieder jaar de Prix Veuve Clicquot uitgereikt in verschillende landen aan een zakenvrouw die een uniek succes heeft bereikt. In Nederland doen we dat ook ieder jaar. De vrouwen hebben een ‘eigen’ wijngaard bij het Maison; de winnaressen worden uitgenodigd en mogen allemaal een druivenstok planten tijdens een speciaal Prix Veuve Clicquot netwerk evenement.

Nu er ondertussen ook enige kennis was opgedaan over champagne, de druiven, hoe het wordt gemaakt, wat de regels zijn en hoe je een eigen huisstijl kunt maken, werd het tijd voor een vergelijkend warenonderzoek. We gingen blind twaalf verschillende brut champagnes zonder jaartal proeven, analyseren en beoordelen. Blind is dan zonder blinddoek, ze wikkelen gewoon iets om de fles zodat je niet kunt zien welk merk dat het is. We gingen ook champagnes proeven die ‘niet van ons’ zijn. Super interessant! Om te beginnen wordt je even met je neus op de feiten gedrukt dat als wanneer je blind moet proeven het best lastig is om er wat van te vinden want het is allemaal witte brut champagne zonder jaartal. Het is niet zo dat er enorme verschillen zijn zoals tussen een glas Chardonnay uit de Bourgogne (vol, vet, romig, rijp fruit) en een glas Sauvignon Blanc uit Nieuw-Zeeland (fris, zuur, citrus en stuivend). Dus enorm mijn best gedaan maar als beginner vond ik het erg lastig. Pas met de uitleg over de huisstijlen van de andere merken had ik het idee een verschil te kunnen ontdekken. Maar hier moest ik absoluut nog meer over gaan leren, zeker omdat ik het ook erg interessant vind om te weten wat er nog meer te koop is!

Daarna mochten we het archief bezoeken met allerlei attributen uit de geschiedenis van het huis. Zoals een stempel waarmee het logo op de kurk gemaakt kon worden, oude dossiers, kisten, flessen, labels, lampen, telefoons, een fiets echt je kunt het zo gek niet bedenken of het lag daar. En om het leerproces over de weduwe en champagne nog een extra boost te geven kregen we een basewinetasting (base wines zijn de basiswijnen zonder bubbels die voor de blend gebruikt worden) door niemand minder dan Dominique Demarville, Chef de Caves van Veuve Clicquot. Dit was zo bijzonder! Met een kaart met allerlei aroma’s om je op weg te helpen gingen we proeven. Is de wijn meer bloemig of fruitig? En is het dan meer rood fruit of meer citrusfruit? En is het fruit al heel rijp of nog een beetje groen en zurig? Ook waren er flesjes met verschillende geuren om zo nog beter te oefenen met het leren herkennen van geuren en smaken. Want alleen ‘bloemig’ is niet goed genoeg als je ook kunt zeggen of het roos of jasmijn is dat je ruikt.

De basiswijnen die de blend voor een champagne vormen zijn niet persé ‘lekker’. Ze zijn dan ook echt niet bedoeld om zo te drinken. Ze zijn vooral heel erg zuur en hebben nog geen lange periode van rijping ondergaan. Pas na het maken van een blend en daar gist aan te toe te voegen voor de rijping én het laten ontstaan bubbels wordt dit de o zo geliefde mousserende wijn, die zorgt voor frisheid, feestelijkheid en zoals de Veuve zei: une zeste de folie! (een vleugje gekkigheid)

Na deze interessante en leerzame training werden we teruggebracht naar het hotel om ons op te maken voor een diner in Hotel du Marc, het voormalige woonhuis van de Veuve in het centrum van Reims, dat nu dienst doet als herberg voor speciale gasten. Weer veel butlers, ontvangst met champagne, een rondleiding door het prachtige pand met een te gekke bar met tafelvoetbaltafel, elektrische gitaar en piano, sigarenlounge, verschillende slaapkamers, een bescheiden wijnkelder en een echte eetzaal. In de eetzaal zijn alle muren zwart geschilderd, bleek dat er hele mooie schilderingen onder zitten waar blote meneren en mevrouwen op staan die niet alle gasten konden waarderen. Jammer. Maar goed, kleinigheidjes blijf je houden. Na het apéritief in de bar met wederom de heerlijkste hapjes en de rondleiding werden we uitgenodigd aan tafel voor het diner. Het was ook echt weer fantastisch! Bij het dessert werd een fles Démi-Sec overgeschonken in een karaf en daar werden rondjes mee gedraaid zodat bijna alle bubbels verdwenen. Op die manier kreeg je een soort dessertwijn die perfect samen ging met een selectie lokale kazen. Talk cheese to me and I’m happy!

Dag 5: Krug, het eerste en enige huis dat alleen maar prestige-cuvées maakt

Krug Vintage 1996, Krug Vintage 2000 en Krug Grande Cuvée

Op de laatste dag van de training gingen we naar Krug. Hier was ik erg benieuwd naar want dit was de duurste champagne die verkocht, maar ook de champagne waar ik het minste van wist en eigenlijk nog helemaal geen gevoel bij had. En dat is wel handig wanneer je gevraagd wordt er iets over te vertellen aan je klanten en hun gasten. Het Maison Krug ligt ook in Reims en is opgericht in 1843, precies 100 jaar na Moët, door Joseph Krug. Het is tegenwoordig ook eigendom van LVMH, maar Olivier Krug, zevende generatie Krug, is nog steeds heel nauw betrokken en werkt als ambassadeur voor het huis.

Als je champagne bekijkt als een piramide dan maken ze bij Krug ook het puntje van de ijsberg. Waar een brut zonder jaartal wijnen bevat van verschillende percelen, druiven en jaartallen maken ze bij Krug ook champagne van wijnen van één enkel perceel, druivensoort en jaartal. Dan krijg je bijvoorbeeld Krug Clos de Mesnil 2002; een champagne van het perceel in Le Mesnil sur Oger, waar alleen maar Chardonnay staat aangeplant en geoogst is in 2004. Super specifiek en super bijzonder.

We kregen een rondleiding door het huis en door de kelders. Het is hier beduidend kleiner dan bij de grote huizen van de eerdere dagen en er valt ook op het gebied van productie veel meer te zien. Zo kun je hier zien waar de basiswijnen bewaard worden; een gedeelte in roestvrijstalen tanks zoals bij de andere huizen, maar ook een klein gedeelte in eikenhouten vaten. Dat is heel uitzonderlijk want je wil geen smaakinvloeden van houtrijping wanneer je een lichte elegante champagne wil maken. Ook rijpen ze de champagne zonder jaartal hier ten minste zeven jaar in de plaats van de wettelijke 15 maanden of de 36 maanden die Moët, Veuve Clicquot en Ruinart gebruiken. Ook is er in de kelders echt een te gekke bibliotheek van wijnen van alle vintages die ze ooit gemaakt hebben. Sluit me daar gerust op!

Samen met Olivier Krug genoten we van een uitgebreide lunch met onder andere de Krug Grande Cuvée. Dit is een witte brut champagne zonder jaartal en zou daarmee in het rijtje kunnen van zo ongeveer alle champagne die je hier bij de slijter kunt kopen. Maar dit is zo anders dan alle champagnes die je ooit geproefd hebt. Dit is precies, uniek, perfect, explosief, verfijnd en iets dat je nooit meer vergeet.

Op iedere fles Krug Champagne staat op de achterzijde een Krud I.D. die je met de bijbehorende app kunt scannen. Dan kun je precies zien hoe de champagne in die exacte fles is samengesteld. Met hoe veel verschillende basiswijnen en uit welke verschillende jaren, van welke druivensoorten etc. Je krijgt ook een muzieksuggestie, welke muziek het beste gaat bij die champagne. Moet je echt een proberen, heel verrassend!

Na de lunch kregen we nog een korte presentatie en was het tijd om afscheid te nemen van de trainingsgroep. Voldaan en compleet gebrainwasht reed ik weer terug naar Eindhoven. Maar deze brainwash was goed, ik kreeg er zo veel energie van om deze champagnes met hun prachtige historie en beleving aan mijn klanten over te gaan brengen. En om de gaafste evenementen met een voor ze te organiseren met de perfecte beleving voor hun gasten.

Ik wilde hierna maar één ding; deze beleving met mensen delen. Het beleven van champagne, het lokale eten, de mensen, de cultuur en de prachtige omgeving toegankelijk maken voor een breder publiek. Nog 5 jaar bleef ik Accountmanager Gastronomie voor dit fantastische bedrijf en nog vele malen kwam ik terug in de Champagne om mijn klanten onder te dompelen in de beleving van de verschillende huizen. Ik maakte de allerbeste culinaire hoogtepunten mee, beleefde de mooiste avonturen, deed bakken aan inspiratie en kennis op en ben nu klaar om die met jullie te delen! Ben je nieuwsgierig geworden naar hoe een reis naar de champagne er voor jou uit zou kunnen zien? Vraag dan hier vrijblijvend meer informatie aan! Be our guest!

No Comments

    Leave a Reply